1977: Marcase: (cat. ART MADE IN BELGIUM) 

 

De kunst hangt niet af van pro- of anti traditioneel esthetische elementen maar van de eigen plastische problematiek die wel of niet in een kunstwerk gesteld en opgelost wordt.

Door het zoeken naar een grensverlegging van een persoonlijke plastische problematiek heeft de kunstenaar het menselijk risico fouten te maken. Juist die fouten tonen de eerlijke research die leidt tot doorleefde kunst.

Het volmaakte kunstwerk staat geen borg voor waarachtige kunst, maar wel het plastische onderzoek tot nieuwe verruiming. De kunstenaar doet op de eerste plaats aan zelfonderzoek, tot het vinden van zijn eigen persoonlijke en artistieke kwaliteiten. Dit is enige manier tot artistieke overleving. Mijn laatste werk is gebaseerd op tegenstellingen uit mijn directe leefwereld: de natuur tegenover de rechtlijnige menselijke inbreng.

Friedrich Nietzsche spreekt van apollinische en dionysische kunst, waarmede hij twee levenssferen wil duiden, die als tegenstelling worden beschouwd. Apollon is de god van het klare, het verstandelijke, Dyonysos van de roes, het spontane. Deze tegenstellingen heeft Nietzsche uitgewerkt als maat tegenover hartstocht, wet tegenover vrijheid, redenering tegenover gevoel, kosmos tegenover chaos, het statische tegenover het dynamische enz.

In die zin word ik geconfronteerd met mijn omgeving: rechtlijnige telefoonpalen tegenover willekeurige boomstructuren, rechtlijnige afbakening (van wegen, land enz.) tegenover de natuurlijke structuur van de materie (zand, gras enz.) Het is niet de bedoeling dat de verschillende elementen in mijn werk erkenbaar zijn als ding, maar dat zij zich manifesteren als teken. Ik schilder geen witte paal met groene struik, maar een statisch wit tegenover een dynamisch groen. Anders gezegd: in mijn werk confronteer ik het apollinische met de dionysische en tracht ik tussen die twee levenssferen een spanning te brengen.

 

Marcase: Study - 1977 

.