MARKANTE MARCASES

Willem Elias

Decaan Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen VUB.  

Misschien moet toch maar eens iemand de anekdotische totstandkoming van de kunstenaarsnaam ‘Marcase’ aan het papier toevertrouwen. Wie zal het later anders nog achterhalen? Hij klinkt voornaam en artistiek. Hij is in de Vlaamse kunstwereld ingeburgerd geraakt. Ook Pjeroo Roobjee wordt nooit meer ‘Dirk De Vilder’ genoemd, tenzij door de belastingsinspecteur. Kunstenaarsnamen zijn een goed begin, half gewonnen dus. Van ‘Marleen Spiessens’ maak je best Merlin Spie. Marcase is een treffer, het roept enig respect op. Het is het pseudoniem voor Marc Vanhaesebrouck, wat hem in zijn schooltijd de bijnaam: ‘Marc den hase’ opleverde. Van folklore met wat slijpwerktot een mooie artiestennaam komen: ’t leven kan ook simpel zijn.

De waarheid moet rijmen, zoniet is ze niet te lijmen’, is mijn formulering van de nietzscheaanse gedachte dat, behalve dat de waarheid ongrijpbaar is als een vrouw, ze een metafoor is waarvan men vergeten is dat ze het is. Met overigens alle respect voor metaforen. Vandaar dat ik het woord ‘markant’ als adjectief toegevoegd heb, een alliteratie op Marcase. Opmerkelijk genoeg heeft dit epitheton meer dan rijmende waarheidsretoriek. ‘Markant’ betekent ‘merkend’, van een teken voorzien. En dat is waar het in het oeuvre van Marcase over gaat. Het is een onderzoek – zoals men dat vandaag graag noemt – naarde werking van de schilderkundige merking. Hij experimenteert met verflijnen en -vlakken als tekens, als vlekken die betekenis produceren. De ene vlek is de andere niet en in dit verschil van vorm en materie, schuilt ook een betekenisverschil. Door kleine nuances laat hij betekenissen overstag gaan. Dit is samengevat het verhaal van Marcase. Dit is zijn bijdrage aan het systeem, het spel dat hedendaagse schilderkunst heet. En men herkent zijn tekens. Men ziet wanneer het met ‘Marcase’ kan gemerkt zijn. Voor mij het label van de belangrijkheid van een artiest. De tautologie ‘Marcase is Marcase’ is hier geldig. Het is zijn schriftuur. Marcases zijn markant.

 

Deze sleutel om zijn werk te authentificeren heb ik ooit reeds gesmeed, maar dan in moeilijke bewoordingen. Het gevaar van onbegrijpbaarheid werd als een rode driehoek aangekondigd in de titel: ‘Enting van differerende significanties’. Zo’n titel, uit de tijd dat ik nog moest bewijzen hoe onderlegd ik wel was, is zelf een teken dat niets goeds voorspelt, nl. wat hier volgt valt niet te begrijpen. Wanneer ik het herlees, wordt dit risico alleen maar bevestigd. Duidelijk vol vulsel met dingen die ik toen net gelezen had om aan het nodige aantal lijnen te geraken. Geleerddoenerig geschreven. Maar dan plots verschijnter een paragraaf, bestaande uit woorden en zinnen die, mijns inziens, vandaag nog zeer goed aansluiten bij het beeldend werk van Marcase. Dat gebeurt al eens. De wonderen zijn de wereld niet uit. Hoewel woord en beeld nooit samenvallen, en elkaar dus niet kunnen uitsluiten of vervangen, kan men toch soms het gevoel hebben dat beide innig verstrengeld geraakt zijn.

De poëzie en de grafische kunsten leveren daar voorbeelden van. Maar ook in de kunstkritiek, die niet evaluerend maar interpreterend wil zijn, vindt men er staaltjes van. Vandaar dat ik dit fragment hier wil aanhalen:

“Marcase startte zijn oeuvre met reflecties over de natuur. De vergankelijkheid van de natuur werd conceptueel vastgelegd in repetitief werk: de eeuwige terugkeer van het gelijke. Vanuit het statische van deze constatering ontspon zich een dynamisch principe dat beweging bracht in de wirwar van striemende verfstroken. Van overvolle compositie, al dan niet met de sporen van een verkleurde lichtstrook, ging hij over tot het onderzoek naar de breekpunten van het lineaire van de lijn: de ingriffing als aanduiding van de wending. Dit alles op de gevoelige achtergrond van gipsen tafeltjes, doordringbare drager voor de registratie van het onmiddellijk grafisme. Inde marge werden de kleuren geijkt: de grenzen van het ritmisch spel.

Kleur en lijn hebben elkaar, na de wederzijdse excommunicatie, terug gevonden. Marcase toont ons vlakken met kleuren op zoek naar hun identificatie. Geen zuivere kleuren, niet te nummeren in de classificaties van de verffabrikant. Verstrengelingen van verwantschappen, de categorie der kleur-achtigen: vaalbruin, transparanten; blauw-groen en vice-versa, metalieken; vlekkerig cerebraal, bleek; onweerbarstig doorzichtig, weigerend te dekken. Verstoord door hier en daar, als een steen in een kikkerpoel, een brok korstige verf, al dan niet geconcentreerd rond een blokje als uitpuiling van het vlak. Protestant detail tegen de sereniteit van de naamweigerende kleurachtigen. Doorns in de ogen van mediterende toeschouwer.Maar pas de afwijking doet denken, doorbreekt het gedachteloos mijmeren en stelt de noodzakelijke vragen: weerhoudt ons van een reis naar één pool, toont naast lucht ook aarde, naast water ook vuur.

In deze meditatiepanelen, want het Oosten is nabij, verschijnt ook een lijn. Minder krampachtig dan in de vorige fase van Marcase’s werk, maar eerder berustend, verzoenend gelaten. Nu eens erigerend agressief, dan weer afgeknakt, depressief. Regeneratie, maar ook vergankelijkheid. De lijn zoekt haar weg, de weg die enkel de hare is: sierlijk of abrupt, vloeiend of hortend. Kalligrafisch de kroon stekend naar de Schoonheid zelve of introvert de eigenheid van haar griffende hand signalerend. Vluchtig zwevend over de kleurigheid van haar fond of doordringend krassend tot aan de kwetsbaarheid van haar drager” (uit: W. Elias & A.G. Turin, Marcase, catalogus Moving Space, Gent, 1989).

Kijk, over dit fragment ben ik nog tevreden. Dat krijgt men in de Witte Raaf niet te lezen. Marcase staat niet stil in de stilte van zijn atelier en blijft geruisloos zijn avontuur met lijn en vlak verder ontwikkelen zonder tamtam. Een goed jaar geleden werd mijn collectie verrijkt met een zeer mooie kleine tekening van Marcase. Een van de weinige voordelen van een verjaardag. Tot mijn verbazing was het een vrouwelijk naakt vanop de rug gezien. Een frivoliteit in het oeuvre van Marcase? Of een teken van een nieuwe wending? Hoewel ook abstracte schilders recht hebben op een naaktmodel, denk ik dat het een keerpunt betekent in zijn oeuvre. Of Marcase in zijn ouwe dag het pad van de lijn verlaat en wulpse naakten gaat schilderen? Neen, dat niet. Het betreffende naakt is overigens volledig in de geest van zijn oeuvre. Het is een conceptuele tekening die de vrouw herleidt tot haar lijn. En is het wel een vrouwenrug of gewoon een langwerpige vale vlek? Een ironisch spel voor het oog, te vergelijken met de dubbelzinnigheid tussen abstractie en landschappelijkheid die men in zijn andere werken aantreft. Umberto Eco noemt het ambigue, het belangrijkste kenmerk van het esthetische, naast het op zichzelf gefocust zijn (U. Eco, A Theory of semiotics, Bloomington, 1979, p. 262).

In het hogerop geciteerde fragment wordt de evolutie geschetst van de markante Marcase-lijn die een abstrahering is van de buiten-ruimte. De overslag van zijn abstracte lijnenspel naar een mistig landschap is vaak vrij klein. Onze verbeelding wijst de weg daar naartoe. Het komt me voor dat de lijnvoering in de recente werken, die te zien zijn in de tentoonstelling naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag, een abstrahering van de binnen-wereld is. Het zijn lijnen die uit het lijf komen, uit de ‘ziel’ zouden de gelovigen zeggen. Geen afbakeningen meer van ruimten die dat spatiale precies construeren, maar levenslijnendie niet in de hand geschreven staan, veeleer via de hand loops op het doek gedanst. Ze zoeken hun weg zoals water door de aarde, wat grillig maar gegrond. Speels ook, soms wat guitig, soms wat triest. Soms geraken ze in een knoop, soms vinden ze een uitweg. Maar steeds worden ze omringd door de subtiele kleuromgeving eigen aan het palet van Marcase. Zeer markant.

  Marcase: Deva 2011 - acrylic on canvas - 40cm x 50cm.Marcase: Balakan 2011 - acrylic on canvas - 40cm x 50cm.Marcase: Hyra serie 2 - 2010 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm.Marcase: Hyra serie 3 - 2010 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm.Marcase: Lacin 2009 - acrylic on canvas - 120cm x 150cm.Marcase: Siro 2008 - acrylic on canvas - 45cm x 55cm.

 

 

MARCASE

Jaak Fontier

Kunstcriticus AICA

Juni 2006

In het werk van Marcase, in de loop van meer dan drie decennia ontstaan, treffen we continuïteit aan, samenhang, verband. En tevens is er vernieuwing, zodat we de diverse fases kunnen onderscheiden. Wat we hier vandaag zien, is de meest recente face, het resultaat van de laatste, voorlopig laatste stap in een proces van voortgang, onderzoek en vinding. De continuïteit, de basis, de beginselen, die de beelding bepaalden en nog steeds bepalen, dienen even in woorden gevat, zodat we beter gewa­pend, taalgewapend, de analyse van het recente werk kunnen aanpakken.

De omzetting, de transpositie van natuurlijke, waargenomen of concrete gegevens tot structuren, tot beeldende elementen is de eerste rode draad die doorheen het hele oeuvre zien lopen. Het omzet­tingsproces komt neer op een abstrahering van het uitgangsmateriaal door middel van hoogwaardige, technische, tekenkundige en picturale middelen; middelen die vaak op erg inventieve wijze werden aangewend en gecombineerd. Vermenigvuldiging van het beeld, toepassing aan grafische werkwij­zen, seriële uitwerking en opbouw in reeksen speelden in beperkte perioden een belangrijke rol. Het doorgedreven vakmanschap en de exploratie van de mogelijkheden van de gelaagdheid, van de toe­passing en de werking van diverse verflagen bepalenhet geheel van de démarche en vormen een tweede rode draad.

Voor Marcase is het vlak van een schilderij een belevingsveld, een terrein, waarop allerlei gevoelig­heden van kleur, toon, lijn, beweging en sierlijkheid hun vertolking vinden. Het is tevens een veld waarop contrasten plaats hebben, confrontaties van het organische met het meetkundig gevormde, het lineaire met het meetkundig gevormde, het lineaire tegenover het vlakmatige, het losse en spon­tane tegenover het strakkere, het strengere, het meer geordende. In elke compositie zien we aldus de werking van het contrast, de confrontatie. Dit lijkt me een derde rode draad, herkenbaar in het geheel van het oeuvre.

Richten we nu onze aandacht op de geëxposeerde werken. Zien we hoe de rode draden ook hier zijn doorgetrokken? Ik meen van wel. Droedels zijn tekeningen, krabbels, die op onbewuste manier ont­staan, terwijl iemand telefoneert, een vergadering bijwoont en hetzij zich verveelt, hetzij een behoefte bevredigt aan beweging, ontlading, dynamiek of manueel bezig -zijn. In een gesprek met Marcase over zijn recente werken liet hij zich dit woord ontvallen: het uitgangspunt van deze composities in vergelijkbaar met een droedel. Vergelijkbaar inderdaad maar toch grondig anders, meen ik. Vooreerst ontstaan deze tekeningen van de kunstenaar vanuit een meer in de handgehouden bewustzijn. Dit zijn geen willekeurige, vrijblijvende krabbels, geen in verstrooidheid afgewonden kluwens zoals de droedels op notitieboekjes, agenda's, bierviltjes of onderliggers aangebracht, Deze tekeningen hebben een meer geordend karakter, zijn geen aan de verstrooidheid of het zuiver onbewuste handelen ontsprongen tekens. Verder roepen ze suggesties op van takken, twijgen, eventueel touwen en lijken dus gevoed door het beeldende arsenaal dat ook voor het vroeger werk vormelijk materiaal leverde.

De uitwerking van contrast en confrontatie, die andere rode draad, kreeg in het recente werk vorm in de oppositie van lijn en vlak, van het sterk grafische en tekenkundige element tegenover de individu­ele aanwezigheid van het grote vlak, éénkleurig of, een enkele maal, tweekleurig. De beweging van de liniatuur is gemonteerd in de verstilling van rustige vlakken, de dynamiek van het lijnenspel is ge­vat in de onbeweeglijkheid van de kleurvelden.

Die kleurvelden vragen trouwens een andere beschouwing, letterlijk een blik van dichtbij. Bij het nauwkeuriger kijken zien we het verfijnde spel van de gelaagdheid, de visuele rijkdom en variaties die bekomen worden door de opbouw met verflagen. Er zijn doorschemeringen, doorspelingen en transparanties van tonen en die op het eerste gezicht egaal gestreken, volkomen éénkleurige oppervlakte.

Marcase: Lineair 3 - 2006 - acrylic on canvas  - 100 x 80 cm. Collection: University of (B)AntwerpMarcase: Lineair 4 - 2006 - acrylic on canvas - 100cm x 80 cm. Collection: University of (B)AntwerpMarcase: Lineair 5 - 2006 -  acrylic on canvas -  100 x 80 cm.Marcase: Lineair 2  2006 -  acrylic on canvas - 100 x 80 cm. Collection: University of (B)AntwerpMarcase: Sandou 2006 - acrylic on canvas - 100cm x120cm. Collection: University of (B)Antwerp 

 

 

ENTING VAN DIFFERERENDE SIGNIFICANTIES

 

 

Prof. Dr. Willem Elias

Vrije Universiteit Brussel

Cat. Marcase, Moving Space. 1989

Het reine kunstwerk is geen kunstwerk, maar een materieel ding, bv. een vlak met verfvlekken, een drager met een medium. Geen enkel werk bestaat, existeert, zonder een ander werk. Zij die vroeger 'existeert' zouden geschreven hebben, de existentialisten, geloofden nochtans, dat alles in het werk te vinden was en niets erbuiten. Hun opponenten in die aangelegenheid, de zogenaamde structuralisten zagen het net andersom. Een kunstwerk verkrijgt pas zijn betekenis door wat errond gebeurt. Het is dit gegeven dat Marcase meer dan ooit in zijn recent werk bespeelt.

Marcase heeft zeer vroeg aandacht gehad voor het seriële en het systeem van betekenis productie dat daaraan verbonden is. Het seriële bestond meestal uit langzaam voortschrijdende evoluties op basis van een repetitieve cadans, met telkens een licht geënsceneerd verschil, zodat binnen de structuur opgebouwd door de herhaling, een betekenis ontstond door het aanbrengen van een licht verschil. Niet wat was, maar wat niet was bepaalde de betekenis. Iets was precies wat de andere, omringende werken niet waren: de differentie. Marcase heeft nu gebroken, niet met het seriële, maar met het evolutief lineaire: een rupture in de continuïteit van zijn serialiteits-denken. Hij doorbreekt de tijdslijn door vroeger ontstaan werk in een nieuwe entiteit op te nemen naast recente realisaties, waardoor hij precies de idee zelf van entiteit aan het wankelen brengt. Wat vroeger op zichzelf bestond, 'entiteit' was, wordt nu geënterd en vormt een nieuw geheel met een vreemd, want in een andere constellatie tot standgekomen, element, om op zichzelf terug een wankelbare, want tijdelijke, totaliteit te oorden, omdat het nieuwe element ook een eigen histroriciteit verkrijgt. Beide schildersvlakken op elkaar geënt en hun betekenis is aldus samen vergroeid.

Terug naar de filosofie. Men zou het hoofd debat binnen het hedendaagse denken kunnen terugvoeren tot het verschil in wereldbeeld tussen Plato en Nietzsche. Dank rijgt men een opmerkelijke reeks oppositionele begrippen: de ernst en het spel, het fundament en zijn ontmanteling, het centrum en de afwezigheid ervan, de oorsprong en wat er toch steeds maar aan voorafgaat, het geheel en het aanvullende, het ene en het gebrek of het teveel, het refererende en de esthetische werking, de zin en de betekenis, de figuur en het spoor het zijn en het verschil, het aanwezige en het afstandige, het oog - in - oog van subject-object en hun wederzijdse inlassing in een aaneenschakelingsproces. In deze oppositionele begrippenreeks sluit Marcase duidelijk aan bij de lijn die uitgaat van Nietzsche. Voor Nietzsche zijn er geen feiten, enkel interpretaties. De waarheid is voor hem een illusie en het kennen ervan diende oor-spronkelijk slechts als een middel voor de menselijke zelfhandhaving. Dit instrumenteel en illusorisch karakter van de waarheid werd, volgens Nietzsche, vergeten, zodat men in de waarheid is gaan geloven alsof ze de toegang tot het wezen van de werkelijkheid zou zijn.

Marcase toont ons dit fundamenteel interpretatieve karakter van de menselijke blik op de werkelijkheid in zijn recent werk. In die zin wordt zijn werk een metatalige kunst, een reflectie van de kunst op de kunst. Hij doet dit op een bijzondere wijze. Door de enting van een vroeger werk op een later, of vice versa, ontstaat er een relatie van wat Nelson Goodman 'staalkaart' noemt versus de wereld waarnaar ze verwijst. In het nieuwe beeldvlak toont Marcase, weliswaar doorheen zijn eigen schriftuur, aspecten van de picturaliteit, die hij tegenover elkaar in een bijna-zero-graad spanningsveld brengt. Het reeds bestaande werk verliest zijn betekenis omdat het uit zijn vorige contextuele serialiteit gerukt wordt, waardoor precies de significantie opgewekt werd. Door deze ontwrichting wordt er echter een nieuwe betekenis ontketend. Eerst vervreemdend door de afscheuring, om dan plots als juxtapositie een nieuwe betekenis te entameren. Het oude werk wordt voorbeeld van de beginselen die het nieuwe exemplificeert. De 'exemplificatie' betekent, zoals bij een staalkaart, dat bepaalde kenmerken dikker in de verf gezet worden. De staalkaart verwijst naar het geheel, zonder er alle kenmerken van te bezitten. Marcase sluit hier volledig aan bij de fundamentele schilderkunst, d.w.z. deze die naar haar eigen fundamenten zoekt, maar er gelukkig slechts een 'staalkaart' van vindt. De nieuwe panelen zijn tweevoudig verwijzend. Eerst autoreferentieel, d.w.z. ze tonen de bestanddelen van het picturale: zachte of ruwe textuur, korstig dikdekkend of transparante den-siteit. Dan verwijzend naar de 'universele' schilderkunst, of op zijn minst naar twee tegengestelde schilderswijzen , waarop dezelfde 'feiten' anders geïnterpreteerd zijn,waardoor precies de differentie van het medium zichtbaar wordt. Door de juxtapositie van het oude werk ontstaat er ook een relatie met een vroeger resultaat van het toepassen van de toen verborgen, want innerlijk gebleven, staalkaart. Aldus is er een dubbele relatie. Het fundamentenexperiment is immers niet echt een 'staalkaart', maar zelf ook een autonoom schilderij. Vanuit deze dubbele binding ontspringt er een veelheid van betekenissen in de zin van Derrida's deconstructie.

Zonder filosofie. Het recente werk van Marcase is een verdere stap in zijn vormontwikkeling, na een breuk. Marcase startte zijn oeuvre met reflecties over de natuur. De vergankelijkheid van de natuur werd conceptueel vastgelegd in repetitief werk: de eeuwige terugkeer van het gelijke. Vanuit het statische van deze constatering ontspon zich een dynamisch principe dat beweging bracht in de wirwar van striemende verfstroken. Van overvolle compositie, al dan niet met de sporen van een verkleurende lichtstrook, ging hij over tot het onderzoek naar de breekpunten van het lineaire van de lijn: de ingriffing als aanduiding van de wending. Dit alles op de gevoelige achtergrond van gipsen tafeltjes, doordringbare drager voor de registratie van het onmiddellijk grafisme. In de marge werden de kleuren geijkt: de grenzen van het ritmisch spel.

Kleur en lijn hebben elkaar na de wederzijdse excommunicatie, terug gevonden. Marcase toont ons vlakken met kleuren op zoek naar hun identificatie. Geen zuivere kleuren, niet te nummeren in de classificaties van de verffabrikant. Verstrengelingen van verwantschappen, de categorie der kleur-achtigen: vaalbruin, transparanten; blauw-groen en vice-versa, metalieken; vlekkerig cere- braal, bleek; onweerbarstig doorzichtig, weigerend te dekken. Verstoord door hier en daar,~ als een steen in een kikkerpoel, een brok korstige verf, al dan niet geconcentreerd rond een blokje als uitpuiling van het vlak. Protestant detail tegen de sereniteit van de naamweigerende kleurachtigen. Doorns in de ogen van de mediterende toeschouwer: Maar pas de aantijging doet denken, doorbreekt het gedachteloos mijmeren en stelt de noodzakelijke vragen; weerhoudt ons van een reis naar één pool, toont naast lucht ook aarde, naast water vuur.

In deze meditatiepanelen, want het Oosten is nabij, verschijnt ook een lijn. Minder krampachtig dan in de vorige fase van Marcase's werk, maar eerder berustend, verzoenend gelaten. Nu eens erigerend agressief, dan weer afgeknakt, depressief. Regeneratie, maar ook vergankelijkheid. De lijn zoekt haar weg, de weg die enkel de hare is: sierlijk of abrupt, vloeiend of hortend. Kalligrafisch de kroon stekend naar de Schoonheid zelve of introvert de eigenheid van haar griffende hand signalerend. Vluchtig zwevend over de kleurigheid van haar fond of doordringend krassend tot aan de kwetsbaarheid van haar drager.

Met of zonder filosofie is het duidelijk dat Marcase oogheeft voor de dialectiek tussen twee polen die voortdurend elkaars hegemonie verstoren en daardoor tot een bestendig differerend evenwicht komen. De door Nietzsche gehanteerde termen die metaforisch naar deze twee wijzen om de wereld te bekijken verwijzen is niet veraf. Voor Nietzsche is leven interpreteren. De wil staat hierin centraal. Hij stelt Apollinisch naast Dionysisch als twee verschillende wijzen van interpreteren, als twee soorten willen, nl. de 'wil tot maat, eenvoud, regel en begrip naast de 'wil tot het grootse, complexe, onzekere, ontstellende'. Maar voor Nietzsche rechtvaardigt in beide gevallen de kunst het leven. Voor hem is esthetiek belangrijker dan ethiek. Hij betreurt dan ook dat in de hele filosofie de kunstenaar ontbreekt. Honderd jaar later is hierin nauwelijks iets gewijzigd. Gelukkig ontbreekt de filosofie niet in de kunst.

 Marcase: Ontbinding 1989 - acrylic on canvas - 150cm x 160cmMarcase: Merktekens 1988 - acrylic on canvas - 50cm x 200cmMarcase : Als het zwart zijn sporen laat 1989 - acrylic on canvas - 150cm x 160cmGedicht: Voor M - Guido Van Hercke

 

 

 

.

 

 

RUPTURES

Willem ELIAS 1987

Cat. tent. Moving Space 1987

 

 

Mijn tekst uit '84 over het werk van Marcase naar aanleiding van zijn tentoonstelling bij Elisabeth Franck is nog steeds adequaat. Ik herhaal hem hier als een lang citaat bij wijze van "passage" voor deze nieuwe catalogustekst, een tweede statie, een tweede stilstaan bij zijn werk. Een enting van twee teksten als het-ware.

 

"In de ars herbaria van Marcase wordt de natuur door abstrahering tot de orde geroepen, orde die ontstaat door tekens repetitief aan te brengen binnen een vlak, om dan bijna serieel te laten uitbreiden in meerdere werken. Repetitief tot de tweede macht, als het ware. Het zijn velden die beheerst worden, niet door een impressionistische regel van 'ik schilder zoals ik zie', noch door een expressionistisch beginsel van 'ik schilder zoals ik voel', maar door een conceptueel principe van 'ik schilder zoals ik weet', en weten wordt gestoeld op ordenen of classificeren. Marcase werkt zeer cerebraal. Lang blijven de klemtonen zwart als geordende wirwar, sporen van heftige penseelstriemen met de handslag van een kaligraaf. Eronder verschijnt een palimpsest van kleurlagen gegradeerd volgens een gans scala van toonwaarden, een teken van de Wording in de natuur, als eeuwig verkleuren van het landschap. Ook die grondkleur (fundamentele kleur zou men het kunnen noemen om te wijzen op zijn geestelijke verwantschap met de fundamentele schilderkunst) is niet impressionistisch visueel relatief of expressionistisch emotioneel subjectief, maar conceptueel verwijzend naar het immateriële, het cerebraal eeuwige. Ik denk hier vooral aan zijn bijna metaalblauwend die tegennatuurlijk glinsteren, waardoor de structuur van de natuur pas echt zichtbaar wordt. Het zou verkeerd zijn geen oog te hebben voor de dynamische wentelbeweging die door het samenspel van verftoetsen ontketend wordt. Tegenover de geordende structuur staat ook een levensverwekkend beginsel. Pas bij een intense waarneming doorbreekt een wentelbeweging het overheersende statische stramien. In zijn meest recente werk is het statische echter verdwenen en heeft het dynamische de overhand gekregen. Zijn werk wordt een cirkelend spanningsveld van bijna choreografische composities. Zijn laatste werken lijken wel de geheugensporen van exuberant gekleurde balletvoorstellingen. "

 

De voorbije jaren zijn niet rimpelloos verlopen voor Marcase en dat is in zijn werk merkbaar. Zijn schilderijen uit deze periode zijn niet meer dan een verder zetten van wat reeds gebeurd was, ook niet minder. Zoals wel vaak in crisisperioden van een beeldend kunstenaar heeft ook Marcase zijn toevlucht genomen tot een zuiveringsprocedé, een catharsisoefening. De tekening is hiervoor steeds een doelmatig medium geweest. Marcase gaat nog een stap verder door het uitkiezen van zijn drager, namelijk gips. Het voorbereidingsproces heeft op zich zelf iets zuiverend. Het vergt meer inspanning dan het aanschaffen van tekenpapier. Wordt kalk in de agricultuur niet als zuiveringsmiddel gebruikt? Tekenen op kalk verwijst naar het fresco als zeer oude techniek, terug naar de bron van de schilderkunde. De kalkpaneeltjes doen denken aan oude schrijftafeltjes van de antieke culturen, de tijd ook waarin het begrip tabula rasa ontstond. Een nieuw begin voor Marcase, een moment van bezinning over zichzelf, over de zin van het kunstenaarschap, over de betekenis van het aanbrengen van picturale of grafische tekens op een wand, over de functie van het betekenissysteem dat men kunst pleegt te noemen. Als ik een themanaam zou mogen geven aan de reeks frescotekeningen die in de tentoonstellingen te zien zijn zou ik het gebroken levenslijnen noemen. Het is boeiend om zien hoe het thema van de dood aanwezig is in wat op het eerste zicht een " abstract" lijnenspel lijkt. De kern van de gipsen tafeltjes wordt gevuld met een sterk emotioneel geladen lijnenbundel die middenin gebroken is, zoals de groeven in de palm van de hand, waaruit waarzeggers de lengte en de weg van het leven kunnen afleiden. De gipsen tafeltjes worden begrensd door lichtkleurige biesjes verf, die verwijzen naar de rationele of liever gerationaliseerde kunst van Mondriaan. Tegenover de vitaliteit van de levenslijn (weliswaar met de doodsaanwijzing in zich), uitgedrukt in tonen van grijs tot zwart, en terug, een soort seismografisch verslag van het innerlijk gevoel, staan de serene grenslijnen, kleurrijke borduursels, als bakens voor de afgrond, die de wereld buiten onze eigen ervaring is.

 

Zoals de kleitabletten van vele oude niet of nauwelijks te ontcijferen schriften, merktekens van vergane culturen, stelt zich ook voor de grafismen van de hedendaagse kunstenaars het probleem van de code van vertaalbaarheid, constructies die de betekenis produceren, verwijzingen naar het verleden, naar de omgeving, naar de sociale context, naar de autobiografie, ook naar de niet uitspreekbare autobiografie. De tegenstelling tussen de oude kleitabletten en de hedendaagse door kunstenaars gemaakte inscripties is ook deze van dood en leven, van dode taal en nog tot leven te brengen bijnataal. De gipsen tabletten van Marcase wenken om decodering, vooral doorhun zuiverheid van de elementen en door hun dubbelheid, die ontketend wordt door de spanning tussen rationaliteit en emotionaliteit, tussen om-wereld en in-wereld, tussen externe begrenzing en innerlijke ontwrichting. Zijn abstracte pictogrammen lijken wel picto-hiërogliefen : een eigen tekensysteem om een eigen ervaring te verwerken en te verwekken, te verbergen ook op een wijze vol eigenlijkheid, in zijn handschrift ingegrift in de reeks gipsen tabletten.

 

Het seriële is sinds lang een kenmerk van het werk van Marcase. Het her-halen is een terughalen van het afwezige, het creëren van een aanwezigheid dus. Steeds opnieuw verschijnen de ontwrichte lijnenbundels. Steeds opnieuw hetzelfde met steeds opnieuw een verschil, waardoor articulatie ontstaat, waardoor het geheel een betekenis verkrijgt, een volgorde, die opgebouwd is op de differentie van de onderdelen. Het wordt een geschiedenis van lijnen, een eigen verhaal. Door het seriële ontstaat een breuk met het verstarde beeld. Worden wint andermaal op Zijn. Zijn tekeningen worden plastische partituren. Vandaar dat we met een uitspraak van de musicoloog Pierre Boulez willen besluiten:

 

"La série est devenue un mode de penser polyvalent... C'est donc une réaètion totale contre la pensée classique qui veut que la forme soit, pratiquement, une chose préexistante, ainsi qu'une morphologie générale."

(Relevés d'apprenti, Paris, Seuil, 1966, p. 297.)

Marcase: Rupture II “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - 35cm x 30cmRupture XVII-1 “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - 75cm x 60cmRupture XVIII-2 “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - 75cm x 60cmPenetration I  1988 - watercolour and graphite on paper - 77cm x 57cmPenetration II 1988 - watercolour and graphite on paper - 77cm x 57cmRupture V  “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - triptych -  3X -  75cm x 35cmRupture XI -1 “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - diptych - 35cm x 78cm

 Rupture XI – 2 “FRESCO” 1987 - watercolour and graphite on plaster - diptych 35cm x78cm

 

 

EEN RAAM OP HET LANDSCHAP

 

 

Willem ELIAS

Cat. Elisabeth Franck Gallery. Knokke-Heist 1984

 

 

In de ars herbaria van Marcase wordt de natuur door abstrahering tot de orde geroepen, orde die ontstaat door tekens repetitief aan te brengen binnen een vlak, om dan bijna serieel te laten uitbreiden in meerdere werken. Repetitief tot de tweede macht als het ware. Het zijn velden die beheerst worden, niet door een impressionistische regel van "ik schilder zoals ik zie", noch door een expressionistisch beginsel van "ik schilder zoals ik voel", maar door een conceptueel principe van "ik schilder zoals ik weet", en weten wordt gestoeld op ordenen of classificeren. Marcase werkt zeer cerebraal.

Lang blijven de klemtonen zwart als geordende wirwar, sporen van heftige penseelstriemen met de handslag van een kaligraaf. Eronder verschijnt een palimpsest van kleurlagen gegradeerd volgens een gans scala van toonwaarden, een teken van de Wording In de natuur, als eeuwig verkleuren van het landschap. Ook die grondkleur (fundamentele kleur zou men het kunnen noemen om te wijzen op zijn geestelijke verwantschap met de fundamentele schilderkunst) is niet impressionistisch visueel relatief, of expressionistisch emotioneel subjectief, maar conceptueel verwijzend naar het immateriële, het cerebraal eeuwige. Ik denk hier vooral aan zijn bijna metaalblauwen die tegennatuurlijk glinsteren, waardoor de structuur van de natuur pas echt zichtbaar wordt.

Het zou verkeerd zijn geen oog te hebben voor de dynamische wentelbeweging die door het samenspel van verftoetsen ontketend wordt.

Tegenover de geordende structuur staat ook een levensverwekkend beginsel. Pas bij een intense waarneming doorbreekt een wentelbeweging het overheersende statische stramien. In zijn meest recent werk het statische echter verdwenen en heeft het dynamische de overhand gekregen.

Zijn werk wordt een cirkelend spanningsveld van bijna choreografische composities. Zijn laatste werken lijken wel de geheugensporen van exuberant gekleurde balletvoorstellingen.

Marcase: Groene textuur met driehoek 1983 - acrylic on canvas - 100cm x 120cm

Marcase: Cover bruin 1984 - acrylic on canvas - 120cm x 100cm